Citaten en teksten van Sri Nisargadatta Maharaj

Er is niets verkeerd met je
maar de gedachten die je hebt over jezelf
zijn allemaal verkeerd

het is niet ‘jij’ die verlangt, angstig bent of lijd
het is de persoon gebouwd op de fundamenten
van je lichaam door omstandigheden en invloeden

Jij bent niet deze persoon!

Wees hiervan bewust in je geest
en verlies dit niet uit het oog

——————–

Eenmaal dat je beseft dat de weg het doel is
en dat je altijd op de weg staat,
niet om een doel te bereiken
maar om te genieten van haar schoonheid en wijsheid

stopt het leven een taak te zijn
en word alles natuurlijk en simpel
op zichzelf een extase

——————–

Dat wat je bent, je ware wezen, heb je lief;
wat je ook doet, doe je voor je eigen geluk.
Dát te kennen, dat te vinden, lief te hebben,
is je diepste verlangen.
Sinds onheuglijke tijden heb je van jezelf gehouden,
maar nooit op een intelligente manier.
Stel je lichaam en je geest op een intelligente manier
in dienst van het Zelf — dat is genoeg.
Wees je eigen Zelf trouw
en houd onvoorwaardelijk van jezelf.
Doe niet alsof je net zoveel
van anderen houdt als van jezelf.

Zolang je niet gerealiseerd hebt
dat ze één zijn met jezelf, kun je niet van ze houden.
Pretendeer niet te zijn wat je niet bent
en weiger niet te zijn wat je wel bent.
Je liefde voor anderen is niet de oorzaak,
maar het gevolg van zelfkennis.
Een deugd kan zonder zelfkennis nooit echt zijn.
Als je zonder een spoor van twijfel weet
dat een en hetzelfde leven stroomt door alles wat is,
en dat jijzelf dat leven bent,
dan houd je natuurlijk en spontaan van alles en allen.

Als het je duidelijk wordt hoe diep
en compleet je liefde voor jezelf is,
dan weet je ook dat ieder levend wezen
en de hele schepping deel uitmaken van die liefde.
Maar als je iets ervaart als van jou gescheiden,
kun je er niet van houden,
want dan ben je er bang voor.
Vervreemding veroorzaakt angst
en angst versterkt vervreemding.
Dat is een vicieuze cirkel.
Alleen zelf-realisatie kan die doorbreken.
Richt je daarop, onvoorwaardelijk.

—————————-

VERLICHTING

Bezoeker : ” Hoe kan ik verlicht worden? “

Nisargadatta :  ” Maar dat ben je al.

Het is niet nodig en ook niet mogelijk om te worden wat je al bent!

Hou alleen maar op met jezelf aan te zien voor een

op zichzelf staande persoonlijkheid, een lichaam plus een geest.

Dingen die verschijnen en verdwijnen hebben geen eigen bestaan; hun verschijnen is uitsluitend te danken aan; Dàt wat jij bent.

Alle weten gaat van jou uit, alle zijn en alle vreugde.

Realiseer je, dat jij de eeuwige bron van alle dingen bent en aanvaard de dingen als je eigen Zelf.                 

Dat accepteren is echte liefde.”

—————————–

ZELFREALISATIE

Alle wegen leiden naar onwerkelijkheid.

Wegen zijn vormen binnen het gebied van kennis. Daarom kunnen wegen en bewegingen je niet naar de Werkelijkheid voeren, want hun functie is je binnen de dimensie van kennis te houden, terwijl de Werkelijkheid het gebied beheerst dat daaraan voorafgaat.                               

Sri Nisargadatta Maharaj

De weg is het doel Sri Nisargadatta Maharaj

Eenmaal dat je beseft dat de weg het doel is
en dat je altijd op de weg staat,
niet om een doel te bereiken
maar om te genieten van haar schoonheid en wijsheid

stopt het leven een taak te zijn
en word alles natuurlijk en simpel
op zichzelf een extase

Sri Nisargadatta Maharaj

Liefde Kahlil Gibran

Alleen Liefde leidt ons tot inzicht, want Liefde is de uiteindelijke betekenis van alles om ons heen.

Zij is niet alleen een gevoel: zij is de waarheid zelve.

Zij is de vreugde, die de wortel is van alle schepping. het Goddelijk bewustzijn. En om dat Allerhoogste te benaderen, dat in de wereld om ons, zowel als in onze eigen ziel aanwezig is, moeten wij ons bewustzijn verheffen tot die Goddelijke Liefde.

Door Liefde is de wereld geboren, door Liefde wordt zij onderhouden, naar Liefde streeft zij, door Liefde gaat zij verder.’

Sutra over geluk

SOETRA OVER GELUK

Wat is geluk?
Velen trachten het te vinden,
maar weinigen weten wat het is, hoe het eruit ziet, hoe het voelt.

Geluk is als een diamant die niet gevonden kan worden.
Je kunt geluk niet vinden.
Wel kun je gelukkig zijn.
Het is het zoeken waardoor je ongelukkig wordt.
Steeds meer, steeds beter,de continue jacht naar meer.

Wanneer je tevreden bent met wat je hebt,
dan ben je gelukkig.
Wanneer je in het hier en nu kijkt
en je bent tevreden,
dan ben je gelukkig.

Geluk kent geen voorwaarden, geen toekomst, geen verleden.
Geluk kent alleen een nu.
Stop met het streven naar meer
en het geluk komt vanzelf.

Een persoon die zijn ziel gevonden heeft,
zal zich niet meer verliezen in uiterlijkheden.
Een dergelijke persoon kan gelukkig zijn met hele simpele dingen.
Hij stelt geen eisen, geen voorwaarden,
en is niet op zoek naar geluk.
Hij is geluk.

Gelukkig zijn zij die ophouden met zoeken,
die ophouden met het najagen van geluk.
Gelukkig zijn zij die naar binnen keren
en daar hun ziel weten te vinden.
Want geluk is niet afhankelijk van wat je in de buitenwereld vindt.
Maar is alleen afhankelijk van in hoeverre je jezelf gevonden hebt.

Bron: onbekend

 

Uit De weg van Zhuangzi (Chuang Tzu) van Thomas Merton

Er zijn geen vaste grenzen,

de tijd staat niet stil.

Niets houdt stand,

niets is definitief.

Je kunt niet de hand leggen op

een eind of een begin.

Hij, die waarlijk wijs is,

beschouwt ver en nabij als hetzelfde.

Hij verwaarloost het kleine niet

en overschat het grote niet.

Als overal de maatstaven verschillen,

hoe wil je dan vergelijken?

In één blik

omvat hij heden en verleden,

zonder smart over het verleden

of ongeduld met het heden.

Alles is in beweging.

Hij heeft ervaring in

volheid en ledigheid.

Hij doet niet groot over succes

en lamenteert niet over ongeluk.

Het spel houdt nooit op;

geboorte en dood zijn gelijk,

geen enkele periode

duurt eeuwig.

CHUANG TZU

+- 250 Jaar voor Chr.

Voorbereiding Pranayama 5

Dit is de vijfde en tevens laatste uit de serie nl. voorbereiding pranayama 5.De oefeningen worden steeds zesmaal uitgevoerd. De stilte tussen de oefeningen op het geluidsbandje is normaal ruim voldoende om van uitgangshouding te wisselen.
Denk er steeds aan dat de beweging duurt de lengte van de in- en/of uitademing.
 
Oefening 1:
We houden de knieën voor de buik/borst losjes met de handen net onder de knieën op het onderbenen, vast. Tijdens de voorbereidende uitademing brengen we het hoofd omhoog tot de kin bij het kuiltje van de hals komt en gelijktijdig trekken we de benen stevig tegen de buik/borst. Al inademend (duurtijd 8 seconden) laten we scheenbenen los, gelijktijdig hoofd neerleggen , armen spreiden en benen doorstrekken naar de hemel. Even ademhouden (antar kumbhaka 4 seconden) en bij de uitademing (ook weer 8 seconden) terug naar de uitgangshouding: hoofd met kin tegen de borst, benen geplooid stevig vastgegrepen met de handen en stevig tegen de romp aangetrokken met de kracht van de armen. Meteen terug doorgaan (er is geen adempauze) met het hoofd neer te leggen, armen spreiden en zo verder benen strekken. Na volledige uitvoering (6 maal) van deze oefening kan je tijdens de tussenpauze even de voeten op de grond plaatsen met gebogen benen.
 
Oefening2:
De uitgangshouding is lijkt op deze van de vorige oefening echter, nu zijn de armen gespreid en blijven gespreid op de grond liggen. Voorbereidend inademen en de benen geplooid optrekken met de bovenbenen tegen de romp. Hoofd blijft op de grond liggen. Al uitademend kantelen de beide benen naar rechts (tracht in de mate van het mogelijke de voeten en knieën bij mekaar te houden en ervoor te zorgen dat de schouder van de andere kant niet gaat zweven), de benen blijven stevig geplooid (even bahir kumbhaka). Inademend terug naar de uitgangshouding en meteen uitademend door naar de andere kant. Deze oefening kunt u eventueel nog intenser maken door gelijktijdig het hoofd naar de andere kant te laten rollen dan naar waar de benen kantelen. (normaal tillen we eerst het hoofd op en draaien het dan echter door het dynamische karakter van deze oefening is dit hier moeilijk uitvoerbaar en doen we een zijwaarts rollen van het hoofd over de achterkant van de schedel)
 
Oefening3:
Deze oefening is dezelfde als oefening 3 van voorbereiding Pranayama 4.

Voorbereiding Pranayama 4

De vierde uit de serie nl. voorbereiding pranayama 4.

De oefeningen worden steeds zesmaal uitgevoerd. De stilte tussen de oefeningen op het geluidsbandje is normaal ruim voldoende om van uitgangshouding te wisselen.

Oefening 1:
We bevinden ons in de gestrekte kindhouding, voorbereidend uitademen. De armen zijn stevig gestrekt en blijven tijdens de oefening steeds gestrekt. Tijdens een gelijkmatige inademing komen we vanuit de uitgangshouding naar de cobra met gestrekte armen. Laat de romp tijdens het ademhouden (antar kumbhaka 4 seconden) ontspannen hangen (steunend op de gestrekte armen). Opletten dat je niet door de schouders zakt ; als het onderlichaam niet de grond raakt is dit geen probleem (zweeft). Tijdens de uitademing die eveneens 8 seconden duurt komen we terug in de uitgangshouding.
Oefening2:
De uitgangshouding is dezelfde als bij de vorige oefening. Al inademend komen we in de kathouding terwijl we gelijktijdig een been strekken (beginnen met het rechterbeen), evenwijdig met de aarde, de voet ook wegstrekken. Een viertal seconden in deze houding blijven terwijl we de adem houden (antar kumbhaka). Uitademend terug naar de uitgangshouding en meteen weer inademend maar nu het andere been strekkend. Zorg tijdens deze oefening ervoor dat het hoofd/nek in het verlengde van de rechte ruggengraat blijft; dus de blik is naar de grond gericht.
Oefening3:
Bij deze houding liggen we op de rug, hoofd rust op de grond alsook de armen liggen naast het lichaam met de handpalmen naar de grond gekeerd. Voordat de oefening begint zijn de benen gebogen en de voeten op de grond geplaatst. Zowel armen als hoofd blijven tijdens de oefening op de grond liggen. Voorbereidend ademen we in en strekken we de benen vertikaal omhoog met de tenen naar de hemel gericht. Tijdens de volledige oefening blijven de benen (zoveel als mogelijk) vertikaal doorgestrekt . Tijdens een gelijkmatige uitademing worden de tenen (voeten) richting de romp gebracht. Even houden tijdens de bahir kumbhaka en nadien al inademend de tenen terug naar de hemel strekken.

Voorbereiding Pranayama 3

Hierbij de derde uit de serie nl. voorbereiding pranayama 3.

De oefeningen worden steeds zesmaal uitgevoerd. De stilte tussen de oefeningen op het geluidsbandje is normaal ruim voldoende om van uitgangshouding te wisselen.

Oefening 1:
we liggen op de grond met de benen opgetrokken en de handen losjes om de onderbenen (net onder de knieën). Het hoofd blijft tijdens deze oefening op de grond liggen. De armen losjes gestrekt zodanig dat we nog steeds normaal aangenaam kunnen ademen. We beginnen met de oefening na een voorbereidende inademing; de benen worden tijdens de uitademing (die 8 seconden duurt) geleidelijk met de kracht van de handen/armen tegen de buik gedrukt zodanig dat hierdoor de buik wordt ingedrukt en er automatisch een diepe uitademing plaats vindt. (ook het stuitje komt iets van de grond en de rug is wat rond). Uitgeademd wordt de lucht 4 seconden buiten gehouden(bahir kumbhaka). Al inademend verminder je de kracht en strek je de armen weer waardoor de benen weer losjes in de handen komen te hangen.
Oefening2:
De uitgangshouding lijkt op de uitgeademde houding van de vorige oefening; de benen zijn tegen de buik gedrukt echter niet zo krachtig als bij de vorige oefening. Dus we beginnen deze serie na een uitademing. Gelijkmatig met de inademing worden de armen gespreid en gelijktijdig de benen verticaal gestrekt De tenen mogen naar de hemel wijzen echter het belangrijkste is dat de benen verticaal blijven en zo veel als mogelijk helemaal gestrekt worden. Na de inademing is het lichaam 4 seconden, terwijl de adem gehouden wordt, in de eindhouding. Bij de uitademing worden de benen terug gebogen voor de romp en grijpen de handen de onderbenen vast. Let op: er is geen pauze na de uitademing, dus er wordt meteen weer ingeademd en verder gegaan met de oefening.
Na de oefening kan je enkele seconden de benen loslaten en de voeten op de grond plaatsen waarna de uitgangshouding van oefening 3 wordt aangenomen.
Oefening3:
Oefening 3 is dezelfde als oefening 3 van ‘voorbereiding pranayama 2’.

Voorbereiding Pranayama 2

Wat betreft de uitleg kan ik verwijzen naar deze van vorige week: voorbereiding pranayama 1

Wat er deze week bijkomt is het ademhouden: na een inademing (oefening 1 en 2) of uitademing tijdens (oefening 3) 4 seconden de adem vasthouden (kumbhaka). Tijdens het ademhouden is het lichaam onbeweeglijk.
Ook nu is de beweging synchroon met de adembeweging (inademing of uitademing) (gedurende 8 seconden).
Oefening 1:
afwisselend wordt tijdens een inademing voorlangs een arm tot naast het oor gebracht. Na de inademing wordt de adem 4 seconden vastgehouden (antar kumbhaka). Tijdens de uitademing wordt de arm voorlangs terug naast de romp gebracht en meteen bij de volgende inademing gebeurt hetzelfde met de andere arm. Er is dus geen ademhouden na de uitademing.
Oefening2:
Tijdens de inademing worden de beide armen tezamen van naast de romp omhoog naast de oren gebracht. Gelijktijdig worden de rug vanuit het bekken en volgtijdelijk alle wervels van beneden naar boven, omhoog gebracht tot aan de schouderbladen. Na de inademing is het lichaam 4 seconden, terwijl de adem gehouden wordt, in de eindhouding. Bij de uitademing komen de armen terug naast de romp en wordt gelijktijdig de rug terug op de grond gelegd, startend vanuit de schouderbladen zo richting het bekken. Het bekken komt pas op het einde van de uitademing op de grond, maar meteen na de uitademing terug al inademend opnieuw omhoog; er is dus geen pauze na de uitademing.
Oefening3:
De derde oefening van de serie van deze week wijkt af; namelijk deze oefening wordt aangevat na een inademing in plaats van na een uitademing wat bij de vorige oefeningen het geval was.
Na de inademing (in de uitgangshouding), wordt al uitademend het bovenlichaam naar de grond gebracht. Nu wordt de adem 4 seconden buiten gehouden (bahir kumbhaka). Opgelet het zitvlak blijft omhoog dus niet het zitvlak naar de hielen brengen. Inademend terug naar de uitgangshouding en gelijk weer uit gelijktijdig met de beweging terug naar de grond toe; er is dus geen adempauze na de inademing.

Voorbereiding Pranayama 1

Tijdens het eerste kwartaal hebben we aantal bewegingen gedaan in een strak ademritme. Op verzoek ga ik elke week, de komende weken deze oefeningen in deze blog plaatsen. U vindt hier afbeelding, die u kunt uitprinten, en daarnaast een wav-file met de ritmes die u kunt afspelen op uw computer of telefoon:

Enkele woordjes uitleg:
Op de tekeningen staan de volgende sanskrietwoorden; hierbij de betekenis:
Puruka: inademen
Rechaka: uitademen
Antar Kumbhaka de adem vasthouden na een inademing
Bahir Kumbhaka: de adem vasthouden na een uitademing

Deze ritmes hebben het volgende stramien:
– het tempo is steeds 1 tik per seconde
– de voorbereiding begint met handgeklap (8 x), deze tijd kunt u gebruiken om voorbereidend uit- of in- te ademen afhankelijk van de oefening: op de tekening kunt u zien of u uitgeademd dan wel ingeademd aan de oefening dient te beginnen.
– de bewegingen worden steeds volledig gelijkmatig uitgevoerd en duren de lengte van de in- of uitademing. Over het algemeen duurt de lengte van een beweging (en dus ook de in- of uitademing) 8 seconden. Het houden van de adem (kumbhaka), wanneer deze is aangegeven, duurt over het algemeen 4 seconden. Tijdens het ademhouden is de houding stil
– het inademen wordt aangegeven met een iets lichter drumgeluid, de uitademing klinkt iets lager, adempauze (kumbhaka) wordt over het algemeen aangegeven met een hihat (korte symbaal-klank)
– de bewegingen worden over het algemeen 6 x uitgevoerd
– een oefening eindigt met het klinken van een symbaal
– er volgt na elke oefening een stilte die u in de gelegenheid stelt om de uitgangshouding van de volgende oefening aan te nemen